Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt cookies. Door gebruik te maken van deze website, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

Sluiten

Onderwijs anders organiseren

Wanneer we kijken naar de ontwikkelingen in het Nederlandse onderwijs in de afgelopen decennia kunnen we stellen dat alleen de traditionele vernieuwingsscholen (Jenaplan, Dalton en Montessori) zich tegen alle stromingen in staande hebben kunnen houden. Deze scholen hebben in ieder geval gemeen dat ze gezien worden als scholen waar op een vernieuwende manier naar onderwijs wordt gekeken. Ongeacht of het gaat om groeperingsvorm, onderwijsinhoud of de positie van de leerling in het proces. Het feit dat deze scholen in Nederland nog steeds bestaansrecht hebben geeft al aan dat er ook in Nederland best ruimte is om op een andere manier naar onderwijs te kijken.

Ontwikkelingen

Een jaar of 10 geleden was het Nederlandse onderwijs misschien wel in de ban van “Het Nieuwe Leren”. Een beweging die nastreefde dat de rol van de leerling in het onderwijsleerproces anders zou worden. Niet langer moest de leerstof centraal staan maar diende de nadruk meer te komen liggen op de leerling en de wijze waarop de leerling zich de leerstof eigen maakte.

Her en der in Nederland ontstonden initiatieven die meer dan ooit de leerling centraal stelden in zijn eigen leer- en ontwikkelingsproces.  Er wordt meer en beter gekeken naar wat een leerling in een bepaalde fase nodig heeft en hoe hij zich dat op de meest adequate wijze eigen kan maken. Aan deze ontwikkeling is in ieder geval toe te schrijven dat de aandacht in Nederland verschoof van onderwijsinhoud (leerstof) naar de leerling.

Uitdaging

Dat is naar mijn mening ook een van de belangrijkste uitdagingen die het onderwijs wacht. Hoe slaag ik er in om al die leerlingen met al die verschillende ontwikkelingsmogelijkheden en ontwikkelingsperspectieven deelgenoot te laten zijn van hun ontwikkelingsproces? De vraag wat kinderen nodig hebben zal steeds meer centraal komen te staan. Wat mij betreft is het een misvatting dat alleen een leerkracht in staat is om kinderen binnen het onderwijs te begeleiden. Er zijn veel meer manieren en ook rollen denkbaar. Kinderen hebben volwassenen nodig die hen verder helpen in hun ontwikkeling. Vaak is dat een leraar maar dat hoeft lang niet altijd.

Op dit moment is het onderwijs vaak nog zo ingericht dat één leraar in een ruimte bezig is met het onderwijs aan een x aantal leerlingen. Wanneer we het onderwijs anders willen organiseren moeten we ook dit idee op de kop gooien. Het vraagt een andere manier van kijken en organiseren. Kinderen hebben nu eenmaal verschillende (leer)behoeften en die zullen terug moeten komen in de manier waarop het onderwijs wordt georganiseerd.

Door meer mensen verantwoordelijk te maken voor een grotere groep kinderen kun je al beter tegemoet komen aan al die leerbehoeften van leerlingen. Kinderen hebben goede instructie nodig en daarnaast ook mensen die de kinderen kennen en echt zien. Die mensen worden ingeschakeld om de kinderen in hun ontwikkeling te begeleiden en hen te helpen te verwerken wat ze geleerd hebben.

Bijvoorbeeld door gesprekken met deze kinderen te voeren. Door meer mensen in te schakelen bij het ontwikkelingsproces van kinderen is het ook mogelijk om meer dimensionaal te denken: meer mensen zijn betrokken bij het ontwikkelingsproces en dat is al een groot verschil ten opzichte van de huidige situatie waar één leerkracht in een ruimte onderwijs geeft aan een groep kinderen.

Wat gaan we doen?

Zonder flexibele organisatie kom je er niet. In traditioneel onderwijs wordt veelal één-dimensionaal lesgegeven: een eenheid van een x aantal kinderen krijgt één les van één leerkracht in één lokaal. ‘Onderwijs anders organiseren’ gooit dit idee op de kop. “Het is een andere manier van kijken en organiseren. De behoeften en de (cognitieve) verschillen van de kinderen staan centraal, die moeten terugkomen in de organisatie van het onderwijs.

Dit doen we door meer mensen verantwoordelijk te maken voor een grotere groep kinderen. Kinderen hebben goede instructie nodig en mensen die hen echt kennen en zien. Die mensen moeten de kinderen in hun ontwikkeling begeleiden, hen helpen te verwerken wat ze geleerd hebben. Door gesprekken met ze te voeren en hun prestaties in de gaten te houden bijvoorbeeld.

Bij ‘Onderwijs anders organiseren’ wordt meer in rollen gedacht: de instructeur, de begeleider, de observator, degene die gesprekken met de kinderen voert en degene die de leeromgeving inricht. Die rollen kunnen door dezelfde persoon maar ook door verschillende mensen vervuld worden. Het is absoluut waardevol als kinderen met meer specialisten in aanraking komen.

Het is overigens een misvatting dat ‘Onderwijs anders organiseren’ geen structuur kent. “Nee, het kent juist een veel strakkere en gelaagdere structuur. We maken een hele strakke dagindeling met regels en afspraken die in doorgaande lijn door de hele school verankerd zijn. Binnen die structuur is vervolgens weer ruimte voor flexibiliteit. Dat is een andere structuur dan een vaste tafel en stoel en alle schriftjes op een stapel in de kast.”

Niet afdwingen maar uitdagen

De ontwikkeling gaat hard. Juist besturen en scholen in krimpregio’s hebben behoefte aan andere manieren om het onderwijs te kunnen organiseren. Het teruglopende leerlingaantal is niet zozeer het probleem maar het drukt het bestuur en personeel wel met de neus op de feiten. Het traditionele systeem past niet meer in deze tijd.

Laatst ben ik op een klein schooltje geweest in Friesland. Er zaten minder dan 90 kinderen op die school dus het bestuur had combinatieklassen gemaakt. Groep vier, vijf en zes in één klas, dat werkt dus niet. Iedereen komt tekort. Het denken in leseenheden moet overboord. In plaats daarvan adviseren we uit te gaan van korte doelgerichte instructies waarmee kinderen zelf aan de slag gaan, iemand die af en toe langs loopt om te begeleiden is dan voldoende.”

We moeten hoge eisen stellen aan kinderen: Hele hoge eisen, de lat moet hoog liggen. Niet door af te dwingen, maar door uit te dagen. Veel te vaak blijkt namelijk dat kinderen zich eigenlijk maar vervelen op school. Wanneer we op een school weektaken invoeren – waarbij kinderen zelf hun tijd kunnen indelen –  zijn leerkrachten vaak verbaasd dat kinderen al op dinsdag klaar zijn met hun werk voor de hele week.

Dan blijkt dus dat kinderen te weinig uitdaging kregen in het oude systeem. Of ze doen iets wat ze al kunnen. Daarom ben ik ook voorstander van het vooruit toetsen in plaats van achteraf bij die kinderen die altijd weinig fouten maken.  Die toets bespreek je dan met de kinderen en dan zien ze zelf waar ze zich op moeten concentreren. Op die manier zouden voor hoogbegaafde kinderen zelfs geen aparte klassen of scholen gecreëerd hoeven te worden, die kinderen coachen zichzelf. Voor deze groep moet er in het Nederlandse onderwijs nog veel veranderen.”

Uitdaging kunnen scholen bieden door een “ rijke leeromgeving”  te scheppen. Dus geen school vol tafels, stoelen, schriften en pennen maar een school met specifiek ingerichte plekken waar kinderen iets kunnen leren, iets ontdekken of onderzoeken maar ook waar ze rustig kunnen lezen of sommen maken.

Kinderen kun je leren veel meer zelf te doen en zelf de keuze te maken waar ze gaan werken. Ze krijgen een korte instructie maar daarna kiezen ze zelf hoe ze die instructies verwerken. De tijd is anders. Kinderen van nu krijgen later geen baan voor het leven met uitzicht op een pensioen. Ze moeten veel meer initiatieven tonen en in netwerken optreden. We moeten kinderen zo toerusten dat ze in staat zijn hun eigen beslissingen te maken.”

Oog voor talent

Ik hoop dat in de toekomst het onderwijs in Nederland veel flexibeler georganiseerd gaat worden met oog voor wat kinderen nodig hebben. Ook voor talent moet het Nederlandse onderwijs meer aandacht krijgen. De samenleving schreeuwt om technisch personeel maar als wij technisch getalenteerde kinderen alleen maar vermoeien met taal en rekenen uit een boekje dan verliezen we ze. In onze maatschappij wordt veel te negatief gedacht over ambachtelijke en technische beroepen. Ouders moeten het belang gaan inzien van een degelijke VMBO-opleiding wanneer hun kind goed is in techniek, in plaats van maar amechtig de HAVO te willen.”

Ik snap die drang naar het hoogst mogelijke niet zo goed: Zestig procent van onze kinderen heeft VMBO-niveau of lager. Dat is niet anders en het wordt ook niet anders. Het kan toch niet zo zijn dat met al die kinderen iets mis is? Maar zoals de samenleving reageert, lijkt dat soms wel zo. Het begint al op jonge leeftijd. Tegenwoordig moeten kleuters van vijf jaar al zestien letters kennen uit het alfabet.

Daar maak ik me grote zorgen om. Sommige kinderen moeten langer de tijd krijgen. Ze doen ontzettend hun best omdat ze houden van de juf maar je ziet dat ze daar nog niet aan toe zijn. Dat ze nog eigenlijk met blokken moeten spelen of in de zandbak. Ja, ik ben voor het stellen van hele hoge eisen aan kinderen maar de weg ernaartoe moet veel rijker zijn, meer het jonge kind eigen. Maatwerk, daarin ligt onze kracht.

Wil je samen met mij bespreken welke mogelijkheden er op dit vlak liggen voor jouw school? Klik dan op onderstaande button en maak een afspraak!